Een parkbank uit een molenwiek

bron RTV Drenthe
Geschreven door Lydia Tuinman

Hij is ambachtelijk meubelstoffeerder, maar ook muzikant, publicist, freelancejournalist en hartstochtelijk amateurhistoricus. Hollandschevelder van geboorte, Bertus ten Caat (67) kan maar moeilijk afstand doen van de dingen die voorbijgaan. Zo ligt zijn huis in het dorp waar hij nooit is weggegaan vol met zaken die misschien nog wel eens een nieuw leven kunnen krijgen.

Ten Caat bladert door een kalender van 2014, door hem zelf samengesteld, met oude foto’s van Hollandscheveld die hij op de computer inkleurde. “Dan gaat het verleden toch meer leven, het komt dichterbij dan in zwart-wit, vind ik. En sommige dingen zijn niet zo moeilijk, ook toen waren de bomen en het gras groen en de daken rood. Maar bij sommige details heb ik een beetje moeten gokken.”

Verwaarloosd
Hij wijst op een foto, kennelijk gemaakt op een windstille dag, het water van de wijk is glad als een spiegel. Boven de boerenbehuizingen torenen trots de wieken van een forse molen. “Is er allemaal niet meer”, mijmert ten Caat. “De molen aan ‘t Hoekie is afgebroken in de jaren zeventig, en de molen aan het Zuideropgaande in de jaren vijftig. Gesloopt nadat ze door gebrek aan onderhoud steeds verder achteruit gingen. Totaal verwaarloosd. Die aan ’t Hoekie heeft het nog lang volgehouden.”

We lopen naar de zijkant van zijn huis, waar volgens Ten Caat iets bezienswaardigs ligt.”Het is pakweg twintig jaar geleden dat ik een telefoontje kreeg van Henk Scholing uit Hoogeveen. Die zei dat hij iets bijzonders voor me had. Omdat ik altijd zo druk was met de geschiedenis van Hollandscheveld. Wat het was wilde hij niet zeggen, ik moest maar komen kijken.”

Langzaam maar zeker
Bij het garagebedrijf van de man blijken de wieken van een Hollandscheveldse molen te liggen. “Die mocht ik hebben.” Hij klopt met zijn hand op een meterslange balk van zeker veertig centimeter doorsnee, die tussen het onkruid naast het huis ligt. “Hij gaat eraan, dat kan je zien. Langzaam maar zeker. Hier zie je de gaten waar de zeilen gezeten hebben. Ik wilde er altijd nog iets mee doen, een soort monumentje van maken, maar het kwam er niet van.”

Monumentale beuk
Delen van de enorme balk zijn nog niet zichtbaar aangetast door de tand des tijds. “Ik besef steeds dat die molen gebouwd is in het jaar 1850. De boom waar die molenwiek uit gemaakt is was toen zeker 150 jaar oud. Ik heb hier dus een stuk hout uit 1700, dat is toch indrukwekkend? Je zou er nog steeds heel iets moois van kunnen maken. Een parkbank, bijvoorbeeld. Zet er wat leuninkjes achter, conserveer dat ding. Bordje erop, klaar. Maar dan moet er wel een instantie komen die zich daarvoor inzet.”

Tot die tijd aanbreekt zal de molenwiek wel stilletjes doorgaan met vervallen, naast het huis van Bertus ten Caat, samen met de monumentale beuk van Hollandscheveld, die ziek werd en gerooid en daarna ook in de tuin van Ten Caat belandde.”Dat kan je toch zomaar niet weggooien, breng hem hier maar heen”, had hij gezegd.

Het hele gesprek met Bertus ten Caat, onderdeel van een 7-delige serie gesprekken onder de titel ‘Bertus’ weemoed’, is te horen in het Radio Drenthe-programma Drenthe Toen. Zondag 10 maart tussen 19.00-21.00 uur. Daarna terug te luisteren via uitzending gemist of de podcast.